Annie van Rees

Doe je mee? Geef nu je reactie!

Samen echt kerst: kerstvertelling

AAAH! Buiten is het nou zo mooi, al bijna een witte kerst! Morgen is het kerstvakantie, dus dan hebben we lekker tijd voor spelletjes, chocolademelk  en natuurlijk samen voorlezen! Hierbij het verhaal dat ik drie jaar geleden voor Vertel Het Maar schreef (gewoon echt, gewoon uit de bijbel):

 

De zoon van David wordt geboren

Sjok…sjok…langzaam…,steeds langzamer loopt het ezeltje over de weg naar Betlehem. Hij is zo moe. Hij komt helemaal uit Nazaret gesjokt over de stoffige weg.  Sjok…sjok…Is hij er nu al bijna? Hij is zo moe, hij heeft al zo ver gelopen met Maria op zijn rug en Jozef ernaast. Die zijn ook zo moe! De reis is heel lang. Maar ja, ze moesten wel op die verre moeilijke reis helemaal naar Betlehem gaan, want keizer Augustus wil weten hoeveel mensen er in zijn rijk wonen. En als de keizer wil tellen hoeveel onderdanen hij heeft, moeten alle mensen op reis naar de stad waar hun familie vandaan komt. En dus moeten Jozef en Maria met hun ezeltje de hele lange reis maken van Nazaret in Galilea naar de stad van David, Betlehem in Judea. Ze moeten helemaal naar de stad van David, omdat zij afstammen van David en zijn koningshuis! Jozef is dus eigenlijk een prins,al zou je dat niet zeggen van een timmerman uit dat kleine verachte Nazaret, die nu moe en bezweet is van die lange reis. En Maria, (prinses!)  Maria is helemaal moe. Ze is in verwachting van haar eerste baby. Die baby heeft een engel haar aangekondigd: dat is Gods zoon, de echte Zoon van David, de Koning voor altijd, de Koning die goed zal zorgen voor alle mensen.

Maar nu zijn ze ver van huis, en ze zijn zo moe. Sjok… sjok… Hoe lang zou de weg naar Betlehem nog duren? Kijk! Daar zien ze de eerste huizen van Betlehem. Nu zijn ze er bijna! En Jozef zegt: “ Kijk! Daar is Betlehem! Nog even, jongens, en dan zijn we er! Dan zoeken we een herberg en dan kunnen we eindelijk lekker uit rusten.”

En, ja hoor, daar is de eerste herberg al! Ze lopen er snel naartoe. Jozef klopt vol goede moed aan en vraagt om een slaapplek. Maar de herbergier kijkt hem treurig aan en zegt: “ Ik ben al vol. Er zijn al zoveel mensen voor de volkstelling gekomen. Jullie moeten nog maar even verder zoeken, hoor. Succes gewenst!” En hij doet de deur van de herberg voor hun neus dicht. En Jozef, het ezeltje en Maria gaan weer verder. Sjok…sjok…Op zoek naar een herberg. En ze zijn zo moe! Maar overal is het al vol met mensen. Er is geen plaats meer voor Jozef en Maria en hun ezeltje…Waar moet Maria nu haar kindje, Gods zoon, krijgen?

Ze kloppen weer aan bij een herberg en hopen weer dat ze nu kunnen slapen. Maar nee, ook deze herbergier zegt al weer “ Nee, sorry, de herberg is vol.” En dan moeten ze weer verder lopen. O, ze kunnen niet meer! maar vooruit, het moet. Sjok…sjok… Maar dan krijgt de vrouw van de herbergier medelijden met Jozef en Maria en hun ezeltje. Ze loopt achter hen aan en haalt hen terug en zegt: “ We hebben nog wel een stal! ’t Is niet veel, maar het stro is warm en droog. Kom maar.”

Jozef en Maria zijn heel blij dat ze nu eindelijk een plekje hebben gevonden om uit te rusten en laten ook het ezeltje eten bij de kribbe (dat is een oud woord voor voederbak). En dan zoekt het ezeltje een lekkere plaats in het stro en valt meteen in een diepe slaap.

En die nacht gebeurt er iets moois in die kleine stal. Dan wordt daar, in de stal, Gods zoon geboren. Maria noemt hem Jezus, zoals de engel heeft gezegd. Maria neemt haar kindje en wikkelt het in doeken en legt het in de kribbe, terwijl het ezeltje “ia!” zegt. En al was de stal met de kribbe wel een heel eenvoudige plaats voor Gods zoon, toch waren Jozef en Maria heel blij met hun kindje!

 

Buiten, in het veld, zijn herders, die in de donkere nacht, waken over hun kudden schapen. De herders zitten stil bij elkaar en hun schaapjes liggen lekker tegen elkaar aan te slapen…Maar, opeens, is het niet meer donker en stil en is daar een stralend licht!! Een engel van de Here God staat bij hen en zegt: “ Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote blijdschap zal vervullen: vandaag is in de stad van David voor jullie een redder geboren. Hij is de messias, de Heer.

Dit zal voor jullie een teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in doeken gewikkeld in een kribbe ligt.”

En plotseling zijn er bij de engel nog veel meer engelen! Ze vormen een heel groot koor, dat de Here God prijst met de volgende woorden: “ Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.” De herders en hun schaapjes luisteren met open mond naar dit prachtige gezang. En als de engelen weer teruggaan naar de hemel en het weer helemaal stil is in het veld, kijken de herders elkaar aan en zeggen tegen elkaar: “Wat was dat mooi! Deze baby moet wel heel belangrijk zijn, als de engelen voor hem zingen. Hij is Gods zoon, de lang beloofde zoon van David, waarover de hele bijbel ons vertelt. Hij zal ons redden. Hoera!!!

Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.” En ze gaan meteen op weg naar Betlehem en vinden daar Maria en Jozef en het kind dat in de kribbe ligt. Ze knielen eerbiedig voor het kind en aanbidden het. Ze feliciteren Maria en Jozef en ze aaien het ezeltje. Helemaal gelukkig gaan de herders weer verder en vertellen alle mensen over Jezus, de Zoon van David, de Koning voor Altijd, die gekomen is voor alle mensen!

 

En het verhaal van de herders wordt nog steeds verder verteld. Iedereen moet het horen! Daarom is het vandaag Kerst.

 

 

 

 

Advertenties

17 december 2010 - Posted by | Uncategorized |

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: